opvoeden

Ouders krijgen kinderen. Zonder enige voorbereiding, zonder opleiding, cursus of een soort van leidraad. Het kindje wordt geboren en er gaat een compleet nieuwe wereld voor hen open… Dat is vaak positief, maar hier wordt ook stress en onzekerheid ervaren; wat gebeurt ons nu? Hoe moet ik hier nou mee omgaan? Wie kan ik dat vragen en wie zegt dat dit zo goed gaat?

Moeders kunnen vooraf druk in de weer zijn met zwangerschapscursussen, borstvoedingslessen, pufklasjes en het lezen van heel veel boeken. Dit zorgt ervoor dat de meeste moeders i.i.g. goed voorbereid zijn op de bevalling. En als de baby er is, dan heb je nog hulp tijdens de eerste dagen van de kraamtijd. Maar dat is ook weer zo voorbij en je zult zien dat zij weg is zodra de slaapfase van je baby voorbij is, en de huiltjes beginnen, de krampjes ontstaan en je graag naar een ritme toewerkt. Dan pas kom je erachter dat je je wellicht ook wat meer had moeten voorbereiden op wat er na de bevalling allemaal te wachten staat.

Vandaar dat ik vanaf heden een ouderschapscursus aanbied! Een halve dag waarin ik je aan de hand neem bij wat je allemaal kunt verwachten in de eerste anderhalf jaar met je kindje. Met name aankomende ouders van een eerste kindje voelen zich sterker in hun schoenen staan als ze een idee hebben wat ze kunnen verwachten. Het is fijn als je van te voren weet wat “sprongetjes” betekenen en in welke ontwikkelingsfase je weer iets kan verwachten van je kindje. Bijvoorbeeld vragen als; wanneer je je kindje zelf in slaap kan laten vallen, wat je doet met krampjes, ritmes zoeken en heel praktisch wanneer en hoe je met hapjes begint*. Uiteraard allemaal als leidraad en praktische handvatten, zodat jij ze straks in je eigen stijl kan uitvoeren.

1,5 week geleden las ik het artikel van hoogleraar historische pedagogiek René van der Veer (65) die een boek schreef over de zin en vooral onzin van opvoedadvies. Het greep me aan, want ook ik zie dat dit in mijn praktijk gebeurt. Ouders die het gevoel hebben maar wat te doen, met hun handen in het haar zitten en onzeker worden van alle meningen van anderen. Of het perfecte plaatje van anderen horen (en willen zien) en daar onzeker van worden. Ik geef hen vaak terug dat eigenlijk vrijwel alle ouders maar wat doen en dat dat prima is. Als jouw kind voelt dat jij er achter staat, straal je dit ook uit! Maar soms is het gewoon eens fijn om te praten waar je tegen aanloopt thuis en zicht te krijgen op de ontwikkeling van je kind, want dit geeft lucht en zo kan je als ouder weer door!
Ik denk dat het fijn is om je te realiseren dat er meerdere opties tot opvoeden en handelen zijn. Je moet ze misschien wel ontdekken (dan wel met hulp) om er echt achter te staan en het vol te houden. Want als je kijkt naar de stelligheid van experts (van het consultatiebureau tot de buurvrouw op de hoek) is dit volgens van der Meer vaak op meningen en onderbuikgevoelens gebaseerd en niet op wetenschappelijk onderzoek.

Hetzelfde geldt over het advies van het RIVM dat je je baby wel een half uurtje kan laten huilen, waar een storm van kritiek op kwam; het zou slecht zijn voor de hechting. Van der Veer geeft aan dat wetenschappers het gewoon ook niet weten en stelt dat je het als ouder dus niet te lastig moet maken en je eigen onderbuik moet vertrouwen. Hij geeft ook aan dat we inmiddels allerlei dingen weten die we toen niet wisten. “Huilen schaadt de longen niet en lijfelijk contact is juist goed voor de ontwikkeling. We vermoeden ook dat veel huilende baby’s stress voelen. Maar er is vooral nog veel níét bekend. Hoe erg is stress voor een baby? En als het schadelijk is, is dat dan al na een minuut huilen, na een half uur of na een uur? En is dat slechter dan een wanhopige moeder die chagrijnig doet tegen haar kind? Is het ook niet goed om een kind te leren zelf in slaap te vallen? We weten het domweg niet.”

De conclusie van Van der Meer is dat ouders er goed aan doen zich te baseren op hun gezonde verstand, praktische overwegingen en de kennis van het eigen kind. Wat voor het ene kind werkt, hoeft niet voor het andere kind te werken. Je zult het steeds weer vol vertrouwen moeten uitproberen, bijschaven en weer even moeten volhouden. Het illustreert wat opvoeden is: dat je altijd een beginner blijft, ook bij een derde of vierde kind. We doen maar wat, en dat is helemaal niet erg.’

Daarom zou ik het ouders zo graag gunnen om deel te nemen aan een ouderschapscursus. Vooral voor de aankomende ouders die hun (eerste) kindje krijgen. Wat kan ik verwachten tijdens het eerste 1,5 jaar? Waar ga ik tegenaan lopen? Waar heb je gewoon nog niet aan gedacht? Wat kan je verwachten? Wat wordt pittig en waar kan ik op in spelen? Wat kan ik mijn kindje bieden? Met andere woorden; waar kan ik van te voren al over nadenken en voor mezelf een “plan” bedenken waar je op kan terugvallen?

Heb je interesse hierin, geef je dan nu vrijblijvend op!

Kijk op mijn site voor meer informatie over de ouderschapscursus!

* Nb. Ik organiseer (op aanvraag) ook graag koffie-ochtenden waar je met een groepje moeders bij elkaar komt om het over een bepaalde ontwikkeling te hebben waar je (oudere) kind in zit. Door er met elkaar over te praten, kom je tot inzichten en zo kan je weer door met frisse moed!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *